Karen (54) heeft de meest biodiverse geveltuin van Amsterdam: ‘Ik wilde een kraamkamer voor rupsen en vlinders’
In de Stierstraat in Noord bevindt zich de meest biodiverse geveltuin van Amsterdam. De prijs is een pluim voor geveltuinder Karen Herder (54), die alles doet om het rupsen en vlinders naar de zin te maken. Ook als daarvoor brandnetels nodig zijn. ‘Daar wordt hier in de straat verschillend over gedacht.’
Ze droomde al langer van een geveltuintje. Een geveltuin mét een boekenhuisje. Dus toen Karen Herder in 2019 na haar scheiding verhuisde naar een nieuwe woning in de Stierstraat in Tuindorp Oostzaan, maakte ze daar onmiddellijk werk van. “Ik heb na de toewijzing meteen met de gemeente gebeld. Twee dagen later stonden hier twee mannen voor de deur: we komen een geveltuin aanleggen. Toen ik de sleutels kreeg, had ik én mijn geveltuintje én mijn boekenhuisje.”
Herder verfde eerst nog de muren in huis, maar daarna stortte ze zich vol overgave op de tuin voor en achter het huis. Dat was een proces, vertelt ze lachend. “Ik ben begonnen met bloemen en planten die ik gewoon mooi vond, maar het resultaat kon mij toch niet bekoren. Ik wilde een tuin voor de natuur. Eigenlijk wilde ik een kraamkamer voor rupsen en vlinders. Ik
ben mij gaan verdiepen in de materie door boeken te lezen en podcasts te beluisteren en ben opnieuw aan de slag gegaan.”
‘Dappere keuze’
Met succes, want de geveltuin in de Stierstraat is deze zomer uitgeroepen tot de meest biodiverse geveltuin van de stad. Tijdens een avond in Pakhuis de Zwijger kreeg Herder van Amsterdam Weerproof de bijbehorende onderscheiding, een paar tuinhandschoenen en heel veel lof van de jury. Bioloog Menno Schilthuizen, bekend van zijn expedities in de stad, prees onder meer de principiële keuze van de geveltuinier uit Noord voor uitsluitend inheemse planten in haar tuintje.
Quote van .
‘Ik besef dat het gewoon te veel brandnetels waren. Dus ik probeer het nu een beetje binnen de perken te houden’
De soorten zijn uitgezocht op hun bijdrage aan de natuur. De wilde margriet oefent een grote aantrekkingskracht uit op bijen, hommels, zweefvliegen en kevers. Hetzelfde geldt voor de jasmijn. Een opvallende gast in de geveltuin is de brandnetel, die in weerwil van zijn slechte reputatie onder de wandelaars in korte broek een belangrijke waardplant is voor rupsen van vlinders zoals de dagpauwoog, de atalanta en de kleine vos. “Een dappere keuze,” vond de jury.
Want die brandnetels, vertelt Herder naast haar prijswinnende tuin, waren nog wel een ding. “Er wordt hier in de straat verschillend over gedacht. Vorig jaar had ik heel veel brandnetels, met als gevolg ook heel veel rupsen en vlinders. Maar ik kreeg ook wel commentaar van ouders die zich zorgen maakten over de kinderen die op de stoep spelen. Dat heeft me aan het denken gezet. Ik besef nu dat het gewoon te veel was. Dus ik probeer het nu een beetje binnen de perken te houden.”
Mos voor kleine dieren
In de achtertuin hoeft ze zich niet in te houden. Ook die staat helemaal in het teken van de vlinders. “Ik ga geregeld langs bij Noorderbloemen, onze stadskwekerij, en daar koop ik dan de soorten waar vlinders van houden. Venkel en dille bijvoorbeeld, allemaal biologisch en gifvrij. Samen met een buurman verderop in de straat probeer ik daarmee de koningspage te lokken. Het is er nog niet van gekomen, maar het gaat een keer gebeuren.”
Een ander compliment van de jury was het mos waarmee Herder het dak van haar boekenhuisje heeft bekleed. Het lijkt misschien een detail, maar als woonplaats van kleine dieren als mijten, slakken en insecten is mos van cruciaal belang voor het micro-ecosysteem. “Ik was ontzettend blij dat de jury dat had opgepikt,” zegt de geveltuinier. “Het was een bewuste actie van me. Mijn vader woont in Amersfoort en als ik daar in de bossen loop en wat los mos zie liggen, neem ik dat mee.”
Dat zelfs zo’n kleine geveltuin van waarde kan zijn voor de natuur, bewijst verder ook de egel die er af en toe ’s nachts komt schuilen. Herder vermoedt dat die aan de wandel is en een pauze neemt in de geveltuin. “We zitten hier vlakbij Westertocht, een ecologisch natuurgebiedje. Dat is toch fantastisch, een egel in je geveltuin? Ik zorg voor water en kattenbrokjes. Het gekke is: ik heb er ook een in de achtertuin en die maakt heel veel lawaai, maar hier hoor ik ze eigenlijk nooit.”
‘Niet maaien namens de bijen’
De omvang van een geveltuin is aan strenge regels gebonden. Daar heeft Herder alle begrip voor, maar ze heeft ook de oversteek gemaakt naar het plantsoen in de straat, om daar nog een smalle strook om te zetten in een wilde tuin. “Illegaal,” geeft ze meteen ruiterlijk toe. “De gemeente vindt het niet goed. Er zijn ook al twee keer mensen bij me aan de deur geweest. Het verhaal is dan: als iedereen hier van alles gaat planten, is het hek van de dam. Maar ik houd alleen inheemse planten.”
Een gemeentelijke aanschrijving heeft ze nog niet gekregen, maar in de voorgaande jaren werd de wilde strook wel meegenomen als het gras van het plantsoen werd gemaaid. “Dit jaar heb ik er bordjes neergezet met het verzoek namens de bijen niet te maaien. Dat heeft gewerkt. De maaier is toevallig net deze week weer langs geweest met zijn machine en hij heeft de strook dit keer ongemoeid gelaten, tot mijn grote vreugde.”
Quote van .
‘Ik snap ook dat er mensen zijn die niets moeten hebben van een wilde tuin. Die zien brandnetels en denken: onkruid, weg ermee’
Dat blijft een ingewikkeld ding in de stad: cultuur versus natuur. “Ik houd zelf van een wilde tuin,” zegt Herder, “maar ik snap ook dat er mensen zijn die daar niets van moeten hebben. Sommige mensen worden er gewoon onrustig van als de tuin niet netjes op orde is. Zo’n
aannemer ziet wat brandnetels staan en denkt: dat is onkruid, weg ermee. Dat is ook lastig voor de gemeente: bewoners worden gestimuleerd om de natuur een handje te helpen, maar het moet wel binnen de kaders gebeuren.”
Goed voor de gezondheid
Een gunstig effect van de klimaatverandering is dat ook het denken over groen in de omgeving verandert. Amsterdammers ervaren tijdens de hete dagen aan den lijve dat het toch veel prettiger is om in een groene, schaduwrijke tuin te zitten dan in een kale tegeltuin met dito schutting. “Ik merk de gevolgen ook in huis. Bij mij blijft het ook op warme dagen onder de 26 graden Celsius. Ik doe ook de plantjes bij de overbuurvrouw, die een tuin heeft zonder veel groen, en daar was het binnen over de 30 graden. Dat is echt niet te doen.”
Groen is goed voor de gezondheid, weet Herder uit ervaring. Zelfs in de vorm van een geveltuintje. “Ik ben een tijdje behoorlijk ernstig ziek geweest. Maar ook toen heb ik op Insta foto’s gepost dat ik lekker aan het sproeien ben. Dat gaf me zoveel geluk in een moeilijke tijd. Ik vind het ook heel zinvol werk. Het klinkt misschien vaag, maar voor mij is elk dier, groot of klein, een individu. Als je dan ziet hoeveel leven er in één zo’n geveltuintje opduikt... Daar ontleen ik enorm veel optimisme aan.”
Geveltuin Awards
De Geveltuin Awards zijn in het leven geroepen om de geveltuin onder de aandacht te brengen. Volgens de initiatiefnemers, Amsterdam Weerproof, Pakhuis De Zwijger, de gemeente Amsterdam en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, is de geveltuin misschien wel het meest onderschatte stukje groen van de stad. “Klein van formaat, groot van effect: waar eerst grijze tegels lagen, ontstaat verkoeling op hete dagen, kan regenwater wegzakken en vinden bijen en vlinders hun voedsel.”
De geveltuin is in trek. In 2025 kreeg de gemeente 1257 aanvragen binnen voor de aanleg van een minituin, een forse toename in vergelijking met de 930 aanvragen in 2024. Dertig procent van de aanvragen kwam vorig jaar uit stadsdeel West, gevolgd door de stadsdelen Oost en Zuid, met respectievelijk 249 en 241 aanvragen. Nieuw-West had er 127, Noord 95 en Centrum 94. Zuidoost en Weesp zijn hekkensluiter met 53 en 31 ingediende verzoeken voor nieuwe geveltuinen.
Dit artikel is geschreven door Patrick Meershoek Gepubliceerd op 31 juli 2026, 12:59 Parool
